CBN

De Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) werd opgericht door het koninklijk besluit van 21 oktober 1975 houdende de oprichting van een Commissie voor Boekhoudkundige Normen (het uitvoeringsbesluit bij artikel 13 van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen). (update: 19.09.2013)

Art. 1

Er wordt een Commissie voor Boekhoudkundige Normen opgericht.
Ze is een autonome instelling.

Ze heeft tot taak:
1° de regering en de Kamers van advies te dienen, op hun verzoek of op eigen initiatief, op het gebied van de boekhouding en van de jaarrekeningen;
2° de boekhoudkundige doctrine te ontwikkelen en, via adviezen of aanbevelingen, de principes te bepalen van een regelmatige boekhouding.
Haar zetel is gevestigd in het arrondissement Brussel-Hoofdstad.

Art. 2

De Commissie voor Boekhoudkundige Normen bestaat uit 17 leden, volgens de hiernavermelde regelen door Ons benoemd:

  1. twee leden worden op voorstel van de minister van Financiën benoemd, onder de hogere ambtenaren van de belastingbesturen;
  2. een lid wordt, op een door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten voorgestelde dubbele lijst benoemd, onder de leden van haar directiecomité of haar directiepersoneel;
  3. een lid wordt, op een door de Raad van het Instituut der Bedrijfsrevisoren voorgestelde dubbele lijst benoemd, onder de leden van dit Instituut;
  4. een lid wordt, op een door de Raad van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten voorgestelde dubbele lijst benoemd, onder de leden van dit Instituut;
  5. een lid wordt, op een door de Raad van het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten voorgestelde dubbele lijst benoemd, onder de leden van dit Instituut;
  6. een lid wordt benoemd op voorstel van de minister die de Middenstand onder zijn bevoegdheid heeft, gekozen op dubbele lijsten voorgesteld door de representatieve organisaties van de Middenstand;
  7. negen leden worden benoemd op grond van hun bijzondere bevoegdheid inzake boekhouding en jaarrekeningen, waarvan vier op een door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven voorgestelde dubbele lijst, twee door de minister van Economie, een door de minister van Justitie, een door de minister van Begroting en een door de minister die de Middenstand onder zijn bevoegdheid heeft;
  8. Een lid wordt, op een door de Nationale Bank van België voorgestelde dubbele lijst, benoemd onder haar directiepersoneel of haar kaderpersoneel.

Art. 3

De leden worden voor een hernieuwbare periode van 6 jaar benoemd. Bij vervanging van een lid in de loop van het mandaat, beëindigt het nieuwe lid het mandaat van diegene die hij vervangt.
Het mandaat van de leden, benoemd krachtens artikel 2, 1° tot 5°, wordt beëindigd wanneer zij de hoedanigheid verliezen krachtens dewelke zij werden voorgesteld.
De leden blijven zetelen tot voorzien wordt in hun vervanging.

Art. 4

De Voorzitter van de Commissie wordt door Ons benoemd onder haar leden, op voorstel van de minister van Economische Zaken, de minister van Financiën, de minister van Justitie en de minister van Middenstand. Hij wordt in die hoedanigheid benoemd voor een hernieuwbare periode van 6 jaar.
De Voorzitter presideert de vergaderingen van de Commissie en bereidt ze voor; hij ziet toe op de redactie van de notulen en zorgt voor de uitvoering van de beslissingen van de Commissie.
Hij staat in voor het dagelijks bestuur van de Commissie en neemt hiervoor de nodige maatregelen. Hij kan het dagelijks bestuur delegeren aan een lid van het secretariaat van de Commissie.
Indien de Voorzitter verhinderd is, wordt hij vervangen door het lid met de grootste anciënniteit en, in geval van gelijke anciënniteit, door het oudste lid.

Art. 4bis

De oud-voorzitters en oud-leden van de Commissie die er ten minste gedurende zes jaar hebben gezeteld, mogen de eretitel van hun functie voeren.

Art. 5

De bezoldiging van de Voorzitter en van de leden van de Commissie wordt door Ons bepaald op voorstel van de minister van Economische Zaken.
Indien de Voorzitter vanuit een andere administratie of instelling naar de Commissie wordt gedetacheerd, worden de kosten van de detachering door de Commissie terugbetaald. In dat geval ontvangt de Voorzitter geen bezoldiging ten laste van de Commissie, behoudens wanneer de kosten van de detachering lager zijn dan de bezoldiging bedoeld in het voorgaande lid, in welk geval de bezoldiging daarmee verminderd wordt.

Art. 6

De Commissie beraadslaagt alleen dan geldig als ten minste acht leden aanwezig zijn. 
Ze beslist bij eenvoudige meerderheid. De aanbevelingen en adviezen geformuleerd krachtens artikel 13, 2° van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingen worden echter uitgebracht met een tweederdemeerderheid.
De aanbevelingen en adviezen van de Commissie zijn gemotiveerd.

Art. 7

De Commissie vergadert op bijeenroeping van de Voorzitter. De oproepingsbrief vermeldt de agenda, die door de Voorzitter wordt opgesteld. 
Elk lid mag vragen dat een vergadering wordt belegd en dat punten op de agenda worden ingeschreven.

Art. 8

De Commissie mag in haar schoot werk- en studiegroepen oprichten; ze mag de hulp van experten en het advies van derden vragen.
De Commissie staat in voor de organisatie van haar secretariaat en ontvangt van de Nationale Bank van België de bijdrage bedoeld in artikel 13 van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. De Commissie kan wetenschappelijk en administratief personeel aanwerven en ontslaan, volgens de nadere regelen die zij bepaalt in overeenstemming met de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. De lokalen van de Commissie worden door de FOD Economie ter beschikking gesteld.
De leden van de werkgroepen en de deskundigen kunnen worden bezoldigd met een zitpenning gelijk aan deze vastgesteld met toepassing van artikel 5 voor de leden van de Commissie. Zij hebben bovendien recht op terugbetaling van hun verplaatsingsonkosten.

Art. 9

De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de ministers die bevoegd zijn voor Economie, Middenstand, Justitie en Financiën.
De Commissie maakt jaarlijks haar activiteitenverslag bekend, waarin tevens de rekeningen van de Commissie worden opgenomen.

Art. 10

De leden van de Commissie en de personen die haar secretariaat verzorgen mogen geen ruchtbaarheid geven aan feiten waarvan ze uit hoofde van hun functie kennis zouden hebben.

Art. 11

Dit besluit wordt van kracht de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad verschijnt.

Art. 12

Onze minister van Economische Zaken, Onze minister van Financiën, Onze minister van Justitie en Onze minister van Middenstand zijn, elk wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.


Ministerieel besluit van 26 oktober 2009 tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen van 17 december 2008

HOOFDSTUK I - Vergaderingen van de Commissie

Art. 1

De Commissie vergadert op schriftelijke uitnodiging (of per e-mail) van de Voorzitter. Behalve in geval van hoogdringendheid beslist door de Voorzitter, zal deze uitnodiging ten minste vijf werkdagen voor de vergadering verstuurd worden.

Art. 2

De uitnodiging bevat de dagorde en de documenten voor de te behandelen punten. Bijkomende documenten worden, in voorkomend geval, later maar voor de vergadering naar de leden gestuurd.
Behoudens uitzondering hebben de documenten bezorgd aan de leden een vertrouwelijk karakter.

Art. 3

De vergaderingen van de Commissie worden voorbereid door de Voorzitter met de hulp van het wetenschappelijke secretariaat van de Commissie. Het wetenschappelijk secretariaat wordt samengesteld door de Voorzitter en staat onder zijn leiding. Aan één van de leden van het wetenschappelijk secretariaat kan door de Voorzitter de functie van secretaris-generaal worden gegeven. De secretaris-generaal heeft de leiding van het wetenschappelijk secretariaat. De leden van het wetenschappelijk secretariaat nemen deel aan de vergaderingen van de Commissie. Zij hebben echter geen stemrecht.

HOOFDSTUK II - Beraadslagingen van de Commissie

Art. 4

De Commissie kan slechts geldig beraadslagen als ten minste acht leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
Zij beslist bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. De aanbevelingen en adviezen geformuleerd krachtens artikel 13, 2° van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen worden echter uitgebracht met een tweederdemeerderheid.
De aanbevelingen en adviezen van de Commissie zijn gemotiveerd.
De publicatie van elk belangrijk thematisch advies wordt systematisch voorafgegaan door de publicatie van een adviesontwerp zodat elke belangstellende de kans heeft binnen een bepaalde termijn te reageren.
Als een advies wordt goedgekeurd bij meerderheidsstemming, wordt het afwijkend advies (van het lid of) van de leden die niet konden instemmen met de goedgekeurde beslissing, op (zijn) hun vraag, al dan niet nominatief, gepubliceerd als bijlage bij het advies.

Art. 5

Een afwezig lid kan aan een ander lid een schriftelijke volmacht geven voor een bepaalde stemming. Het document wordt ten laatste bij het begin van de vergadering bij de Voorzitter ingediend.
Elk lid kan slechts voor twee andere leden een schriftelijke volmacht indienen.

Art. 6

Als een dringende beslissing dient genomen te worden en het onmogelijk blijkt op korte termijn een voldoende aantal leden te laten vergaderen of als, als gevolg van een vergadering, een nieuwe versie van een advies of aanbeveling aan de leden moet voorgelegd worden, kan de Voorzitter beslissen de leden schriftelijk te raadplegen.
In geval van schriftelijke procedure wordt aan de leden minstens twee werkdagen toegekend om hun standpunt te bepalen.
De Voorzitter zal een vergadering van de Commissie beleggen als ten minste vier leden schriftelijk (of per e-mail) melden dat ze niet akkoord gaan met het voorstel van advies of aanbeveling dat hun werd bezorgd.

HOOFDSTUK III - Werkgroepen, deskundigen en derden

Art. 7

De Commissie kan werk- en studiegroepen oprichten; ze kan een beroep doen op deskundigen en het advies van derden vragen. Deze deskundigen kunnen toegelaten worden tot de vergaderingen van de Commissie. Zij hebben echter geen stemrecht.
De werkgroepen worden opgericht bij beslissing van de Commissie na beraadslaging conform de artikelen 1 tot 4. Werkgroepen kunnen enkel opgericht worden voor de voorbereiding van thematische of bijzonder complexe adviezen of voor de voorbereiding van wetgeving of specifieke reglementering.
In elke werkgroep zetelen ten minste twee Commissieleden of één Commissielid en één lid van het wetenschappelijk secretariaat. Een Commissielid of een lid van het wetenschappelijk secretariaat neemt het voorzitterschap waar.
Er wordt periodiek en minstens trimestrieel gerapporteerd aan de Commissie over de stand van zaken van de werkzaamheden van de werkgroepen. Op het einde van de opdracht, wordt een schriftelijk verslag voorgesteld aan de Commissie door de voorzitter van de werkgroep.

HOOFDSTUK IV - Publicaties en communicatie met derden

Art. 8

De Commissie verspreidt haar adviezen en aanbevelingen via haar website en jaarverslag alsook via de media die zij bepaalt.

Art. 9

Alleen de Voorzitter van de Commissie heeft de bevoegdheid het standpunt van de Commissie uit te drukken of de Commissie te vertegenwoordigen.
Als de Voorzitter verhinderd is, kan hij daartoe een lid van de Commissie of een lid van het wetenschappelijk secretariaat aanduiden.

Art. 10

De leden van de werkgroepen, de deskundigen en de derden bedoeld in art. 7 zijn aan dezelfde plicht onderworpen als vermeld in art. 10 van het koninklijk besluit van 21 oktober 1975 houdende oprichting van een Commissie voor Boekhoudkundige Normen.

terug naar top
sitemap